Een verhuurder kan alleen een huurwoning ontruimen na beëindiging van de huurovereenkomst. Voor deze beëindiging is een opzegging van de huurder en verhuurder nodig. Een verhuurder mag de woning niet zomaar ontruimen en moet de huurovereenkomst altijd schriftelijk opzeggen. Hierbij moet er uiteraard rekening gehouden worden met de opzegtermijn (drie maanden) en de opzeggingsgrond.

Bij huurders die niet akkoord gaan met de opzegging van de woning, blijft de overeenkomst in stand en eindigt het contract pas op de afgesproken datum. Dit betekent dat de huurder tot die tijd in de woning kan blijven wonen. Mocht een verhuurder de huurder alsnog uit de woning willen hebben, kan hij hier toestemming om vragen bij een kantonrechter.

 Iedereen die een huis huurt betaalt daar een maandelijks bedrag voor. Echter is het door verschillende situaties mogelijk dat een huurder dit bedrag niet meer betalen. Denk aan een scheiding of de persoon in kwestie wordt werkloos. Vaak wordt er samen met de huurder gezocht naar een oplossing, maar het komt ook voor dat dit geen mogelijkheid meer is voor de verhuurder.

In zo een geval kan de verhuurder ervoor kiezen om een gerechtelijke procedure te starten. Wanneer de kantonrechter de verhuurder gelijk geeft, zal de huurder de woning definitief moeten verlaten. In de meeste gevallen vindt hierna direct de woning ontruiming plaats. De ontruiming mag niet binnen drie dagen na de uitspraak plaatsvinden. De rechter zal uitspraak doen wanneer de ontruiming kan plaatsvinden en de deurwaarder zal de huurder informeren over de exacte datum.  De deurwaarder werkt altijd in opdracht van de schuldeiser, in dit geval de verhuurder. Wanneer een huurder geen verzoek tot schorsing indient, resulteert dit een definitieve verplichting tot uitruiming. De woning dan nog weigeren te verlaten of naar de rechter stappen heeft geen zin meer.

News Reporter